
Bloedafname
Bloedgroep en Rhesus
ABO‑bloedgroep en Rhesus(D).
€ 78,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Bloedbeeld en bloedgroep · Bloed
Bepaalt of je Rhesus D-positief of -negatief bent; van belang bij een zwangerschap en een bloedtransfusie.
In het kort
Rhesus D (RhD)
Uitleg
De Rhesus D-bloedgroep (RhD, vroeger rhesusfactor) is een eiwit dat wel of niet op de buitenkant van je rode bloedcellen zit. Zit het eiwit erop, dan ben je RhD-positief; ontbreekt het, dan ben je RhD-negatief. Je RhD-bloedgroep is erfelijk bepaald en verandert niet. Samen met de ABO-bloedgroep vormt het de bloedgroep zoals die meestal wordt genoemd, bijvoorbeeld 'O negatief'.
Uitslag
RhD-positief betekent dat het Rhesus D-eiwit op je rode bloedcellen zit; dat geldt voor ongeveer 85 procent van de mensen. Het is geen ziekte en heeft geen gevolgen voor je gezondheid. Bij een zwangerschap is RhD-positief bij de moeder geen probleem, ook niet als het kind RhD-negatief is. Bij een bloedtransfusie kun je zowel RhD-positief als RhD-negatief bloed krijgen.
RhD-negatief betekent dat het Rhesus D-eiwit ontbreekt; dat geldt voor ongeveer 15 procent van de mensen. Voor je eigen gezondheid maakt dat niets uit. Het is wel van belang als je zwanger bent of wordt van een RhD-positief kind: je lichaam kan dan antistoffen maken tegen het bloed van het kind, wat bij een volgende zwangerschap bloedarmoede en geelzucht bij de baby kan geven (rhesusziekte). Daarom krijgen RhD-negatieve zwangeren in week 27 een extra bloedonderzoek naar de bloedgroep van het kind en, als het kind RhD-positief is, in week 30 en na de bevalling een anti-D-prik die dat grotendeels voorkomt. Ook krijg je bij een bloedtransfusie RhD-negatief bloed, omdat je anders antistoffen kunt gaan maken.
Bij RhD-positief is er geen vervolg nodig. Bij RhD-negatief is er nu niets te doen; bij een zwangerschap volgt de verloskundige of gynaecoloog het landelijke beleid met een extra bloedonderzoek in week 27 en zo nodig een anti-D-prik.
Betrouwbaarheid
De RhD-bepaling in het laboratorium is betrouwbaar en een eenmaal vastgestelde RhD-bloedgroep verandert niet. Bij een klein deel van de mensen is het RhD-eiwit zwak of anders gebouwd (zwakke of partiële D); de uitslag kan dan onduidelijk zijn of per laboratorium verschillen. Verloskundigen en ziekenhuizen gebruiken deze uitslag niet: iedere zwangere krijgt rond 12 weken het landelijke bloedonderzoek met een eigen RhD-bepaling, en voor een transfusie bepaalt het ziekenhuis de bloedgroep altijd zelf.
Voor wie
Zinvol voor wie uit nieuwsgierigheid of voor eigen administratie zijn RhD-bloedgroep wil weten, bijvoorbeeld bij een kinderwens. Medisch is vooraf testen niet nodig: iedere zwangere krijgt de bepaling gratis in het landelijke bloedonderzoek rond 12 weken, en voor een transfusie bepaalt het ziekenhuis de bloedgroep zelf.
Ongeveer 85 procent van de Nederlanders is RhD-positief en 15 procent RhD-negatief. Dat komt neer op zo'n 27.000 RhD-negatieve zwangeren per jaar, van wie ongeveer 60 procent zwanger is van een RhD-positief kind.
Sanquin en RIVM (pns.nl)
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg