
Vingerprik
1,25-vitamine D3 (calcitriol)
1,25-vitamine D3 (calcitriol); actieve vitamine D bij gerichte diagnostiek.
€ 49,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Vitaminen, mineralen en aminozuren · Bloed
De actieve vorm van vitamine D; niet de maat voor een vitamine D-tekort, maar voor kalk- en nierproblemen.
In het kort
Vitamine D 1,25-dihydroxy
Uitleg
Vitamine D uit zonlicht en voeding wordt eerst in de lever omgezet in 25-hydroxyvitamine D, de opslagvorm. In de nieren wordt daar 1,25-dihydroxyvitamine D (calcitriol) van gemaakt, de actieve vorm die de opname van calcium uit de darm regelt. Bijschildklierhormoon (PTH) stuurt die laatste stap aan. De actieve vorm komt in het bloed in een duizendmaal lagere concentratie voor dan de opslagvorm en verdwijnt er binnen enkele uren weer uit.
Uitslag
Een verhoogde actieve vitamine D ontstaat als er buiten de nieren extra van wordt gemaakt. Dat gebeurt bij ziekten met ontstekingshaardjes in weefsel, zoals sarcoïdose, en zelden bij een kwaadaardige lymfeklierziekte. Ook een overactieve bijschildklier verhoogt de waarde. Een verhoogde waarde gaat vaak samen met een te hoog calcium; klachten die daarbij kunnen horen zijn veel dorst, veel plassen, verstopping, misselijkheid en vermoeidheid. Een supplement met gewone vitamine D verhoogt vooral de opslagvorm en niet zozeer de actieve vorm.
Een verlaagde actieve vitamine D past vooral bij ernstige nierschade, omdat de nieren de omzetting niet meer goed kunnen maken. Ook een te lage werking van de bijschildklier en een laag magnesium kunnen de waarde verlagen. Belangrijk: een lage waarde is géén goede maat voor een vitamine D-tekort. Bij een tekort aan vitamine D stijgt het bijschildklierhormoon, waardoor de actieve vorm juist normaal of zelfs verhoogd kan zijn terwijl de opslagvorm laag is. Voor de vitamine D-status is 25-hydroxyvitamine D daarom de betere maat.
Bij een afwijkende waarde beoordeelt de huisarts de uitslag samen met calcium, fosfaat, bijschildklierhormoon en de nierfunctie. Bij een verhoogd calcium met een verhoogde actieve vitamine D volgt meestal verwijzing naar een internist voor onderzoek naar de oorzaak; bij ernstige nierschade loopt het beleid via de nefroloog.
Betrouwbaarheid
Deze bepaling is geen maat voor de vitamine D-status; de opslagvorm 25-hydroxyvitamine D is dat wel. De actieve vorm zegt vooral iets bij een te hoog calcium, bij ernstige nierschade of bij een vermoeden van een zeldzame erfelijke stoornis. De concentratie is zeer laag en schommelt van uur tot uur onder invloed van bijschildklierhormoon, fosfaat en calcium, waardoor een losse waarde zonder die andere bepalingen niet te duiden is.
Voor wie
Zinvol bij een aangetoond te hoog calcium in het bloed, bij ernstige nierschade en bij een vermoeden van sarcoïdose of een zeldzame erfelijke stoornis van de vitamine D-stofwisseling. Voor de vraag of je genoeg vitamine D hebt, is deze bepaling niet geschikt; daarvoor wordt 25-hydroxyvitamine D gemeten. Bij klachtenvrije volwassenen is de uitslag niet te duiden.
Een vitamine D-tekort komt in Nederland veel voor, maar dat wordt gemeten met de opslagvorm en niet met deze bepaling. Aandoeningen waarbij de actieve vorm afwijkt, zoals sarcoïdose en ernstige nierschade, zijn veel zeldzamer; sarcoïdose komt bij ongeveer 1 tot 2 op de 10.000 mensen voor.
NVKC, allesovertesten.nl en Thuisarts.nl; het sarcoïdosecijfer is een schatting uit vakliteratuur
Laten testen
Vitamine D 1,25-dihydroxy zit in deze onderzoeken. Je bestelt online en laat het bloed afnemen op een priklocatie of neemt het monster thuis af.
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg