
Bloedafname
Fosfaat (fosfor)
Fosfaat; bot en energiehuishouding.
€ 17,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Nier en zouten · Bloed
Het fosfaat in je bloed; vooral van belang bij nierziekte, een afwijkend calcium of een probleem met de bijschildklier.
In het kort
Fosfaat anorganisch
Uitleg
Fosfaat is een mineraal dat samen met calcium botten en tanden stevig maakt en nodig is voor de energievoorziening van cellen en de zuurgraad van het bloed. Het grootste deel zit in botten en tanden; ongeveer 1 procent zit in het bloed. De nieren, het bijschildklierhormoon (PTH) en vitamine D houden de hoeveelheid in het bloed op peil, door meer of minder fosfaat op te nemen uit de voeding of uit te scheiden via de urine.
Uitslag
Een verhoogd fosfaat past vooral bij een verminderde nierfunctie, omdat de nieren fosfaat dan minder goed uitscheiden. Andere oorzaken zijn een te traag werkende bijschildklier, te veel vitamine D of fosfaat uit supplementen en ontregelde diabetes. Bij kinderen en jongeren in de groei is fosfaat normaal hoger. Een vals verhoogde waarde komt voor als bloedcellen in het buisje kapotgaan (hemolyse), bijvoorbeeld bij een moeizame afname of een vingerprik. Een verhoogd fosfaat geeft zelf meestal geen klachten.
Een verlaagd fosfaat komt voor bij ondervoeding en veel alcohol, bij langdurige diarree, bij een tekort aan vitamine D, bij een te actieve bijschildklier (dan is het calcium vaak verhoogd) en bij veel gebruik van maagzuurbindende middelen. Fosfaat kan ook tijdelijk dalen doordat het de cellen in gaat, bijvoorbeeld onder invloed van insuline of bij snel ademen. Een licht verlaagde waarde geeft meestal geen klachten; volgens Het Acute Boekje van de internisten ontstaan klachten meestal pas bij een zeer lage waarde (onder 0,3 mmol/l), zoals spierzwakte, spierpijn en verwardheid.
Bij een afwijkend fosfaat herhaalt de huisarts meestal de meting, zo mogelijk zonder hemolyse, samen met calcium, albumine en de nierfunctie. Afhankelijk van de uitkomst volgen PTH en vitamine D, of verdere beoordeling van de nierfunctie.
Betrouwbaarheid
De meting is nauwkeurig, maar een losse waarde zegt weinig over de fosfaatinname of de voorraad in het lichaam: volgens de Gezondheidsraad, in navolging van EFSA, is fosfaat in het bloed daar geen betrouwbare maat voor, omdat de waarde ook afhangt van leeftijd, dagritme, seizoen en vitamine D. Een afwijkend fosfaat wordt beoordeeld samen met calcium, de nierfunctie, PTH en vitamine D.
Voor wie
De uitslag zegt het meest bij een verminderde nierfunctie, bij een afwijkend calcium of een vermoeden van een bijschildklierprobleem, bij een vitamine D-tekort met botklachten, bij ondervoeding of veel alcoholgebruik en bij gebruik van fosfaat- of vitamine D-supplementen. Bij gezonde mensen die gevarieerd eten, komt een tekort of overschot aan fosfaat zelden voor. De uitslag zegt niets over of je genoeg fosfor via voeding binnenkrijgt.
Volgens het Voedingscentrum komt een tekort of overschot aan fosfor niet voor bij mensen die gezond zijn en gevarieerd eten. Een verhoogd fosfaat wordt vooral gezien bij een duidelijk verminderde nierfunctie; een verlaagd fosfaat vooral bij ondervoeding, veel alcohol en bij ernstig zieke mensen in het ziekenhuis.
Voedingscentrum en Het Acute Boekje (Nederlandse Internisten Vereniging)
Laten testen
Fosfaat anorganisch zit in deze onderzoeken. Je bestelt online en laat het bloed afnemen op een priklocatie of neemt het monster thuis af.
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg